Fragment uit YA historische roman Geheimen van het Tuinhuis

blz. Blossom Books,

cover, prijs EU Bestellen

 

Het was Alexandra alsof haar ogen waren opengegaan. Voorheen bestond haar wereld slechts uit het zorgeloze leventje thuis en de ergernissen op school, nu zag ze hoe de volwassenen zich inspanden om de wonden uit het nabije verleden te bedekken. Hoe haar vader in de morgen met een ernstig gezicht naar zijn werk vertrok, en ’s avonds doodmoe terugkeerde. Dan had hij weer over zijn grenzen heen moeten gaan, de lieve vrede bewaren, want dat was nu eenmaal de o zo langzame weg naar verandering.

Hoe haar moeder alle nadruk legde op haar afstamming van Franse Hugenoten, maar over de voorouders in slavernij zweeg in alle talen. En er was haar strenge verbod voor de meisjes om nengre te spreken.

Als de meisjes met de bedienden alleen waren, spraken ze nengre met hen. Mevrouw Belgrave liet dat oogluikend toe, tenslotte moesten de kinderen ook leren met het personeel om te gaan. In de keuken stelde Alex nu allerlei vragen aan vrouw Karooltje; hoe vond vrouw Karooltje het dat de slavernij was afgeschaft? Was ze tevreden? Vond ze dat er veel was veranderd?

Vrouw Karooltje werd er zenuwachtig van. Waarom stelde misi Alexi deze moeilijke vragen? Natuurlijk was ze tevreden, nee, ze had niets te klagen. Of er veel was veranderd? Wat bedoelde misi Alex? Wat moest er dan veranderen?

Aan de antwoorden van vrouw Karooltje had ze niets, misschien was die wel al  te oud. Maar nadat ze ook Lotje en Siene en tenslotte Frits haar vragen had gesteld met dezelfde reacties en als resultaat dat de bedienden haar begonnen te ontlopen, moest ze wel tot een conclusie komen die een nieuwe openbaring voor haar betekende.

De bedienden konden niet doen alsof slavernij nooit bestaan had, toch deden ze alsof, ze moesten wel. Tot voor kort waren zij nog slaven geweest, maar het zou niet netjes van hen zijn om daar nog iets lelijks over te zeggen. Ze moesten het vergeten, en dankbaar zijn. En was er nu eigenlijk veel voor hen veranderd? Vader had gelijk, er moest nog veel gebeuren. De mensen waren dan wel vrij, maar daar hield het eigenlijk op.

Dat was waar Siene haar nog wel op had gewezen voordat ze de kwestie had laten rusten. ‘Misi na misi, nengre na nengre’. De juffrouw is nu eenmaal de juffrouw, en de negers zijn de negers, ieder zijn plek.

Maar was dat nog wel zo, nu de slavernij was afgeschaft? Nu was toch iederéén vrij? En als dat zo was, waarom mochten de vrijgemaakten dan niet doen wat ze zelf wilden? Zoals hun eigen muziek maken?

Mevrouw Belgrave kon met afschuw over de drum muziek van de negers praten: Kabaal! Primitief, afgoderij en bijgeloof! En ze had het gezag aan haar kant; het was de bevolking verboden om aan heidense rituelen mee te doen, dat was duidelijk strafbaar gesteld. Maar Alex, altijd voor avontuur te vinden en sinds haar vaders openbaring geneigd om te twijfelen aan door het gezag opgestelde regels, was nieuwsgierig geworden.

Ze dook in de bottelarij achter vrouw Karooltje op, die daarvan schrok, maar nog meer geschokt was door haar nieuwe vraag: of Alex eens mee mocht naar een winti pré, een geestendans. ‘Ih-ih misi Alexi! No, no, sla je mond! Laat je Ma je niet horen!’

En Alex gaf gehoorzaam een klapje op haar stoute mond en vroeg niet verder.