Fragment uit YA historische fantasy roman Schaduwtemmer
384 blz. Blossom Books
paperback, prijs EU 19,99
als e-book prijs EU 9,99
ISBN: 9789463496537
Proloog
Commewijne, plantage Reynsdorp, 1943
De twee in sarong geklede vrouwen kwamen elkaar tegen op de dorpsweg. De ene vrouw kwam net terug van de winkel en droeg een gevlochten tas met enkele kruidenierswaren. De andere vrouw had haar baby in een slendang op de rug. Ze praatten opgewekt met elkaar, hun stemmen klonken melodieus in de zonnige morgen. Om hen heen groeide het struikgewas welig en talrijke bomen begeleidden aan weerskanten de zandweg in de richting van de kampong. Vogels hipten op de takken, hagedissen ritselden ongezien in het gebladerte, vlinders fladderden in de warme lucht.
Maar vlakbij, dichterbij dan de vrouwen in hun onoplettendheid hadden gemerkt, lag een erf waar struiken en bomen zo verstrengeld waren, dat het zonlicht nauwelijks doordrong tot de aarde van de afgelegen tuin. Op de beschaduwde bodem zouden slechts varens en mossen moeten groeien, maar vreemd genoeg wemelde het er van de planten. Zonderlinge, grijsgroen gekleurde bladeren met grillige vormen slingerden over de koele grond, purperen ranken klommen tegen geribbelde boomstammen op. De donkere aarde had hier de meest eigenaardige groeisels voortgebracht. Maar het leek alsof de hongerige vegetatie alles op haar weg had verjaagd, want er was geen ander teken van leven; geen dieren, geen gekwetter, geen gefladder, geen gezoem. Er heerste stilte. Doodse stilte.
En toch … Bij de zandweg waar de vrouwen nietsvermoedend met elkaar stonden te kletsen, en de baby geduldig met zijn duim in de mond tegen zijn moeders schouder lag, werd de kleine iets gewaar. Hij richtte met een ruk zijn hoofdje op en vergat zijn duim. Aandachtig keek hij in de richting van de wildernis en staarde strak naar de schemering van de tuin. Alsof iets hem had geroepen.
Zijn ernstige gezichtje veranderde van uitdrukking toen zijn ogen blij begonnen te schitteren. Het jongetje liet een verbaasd lachje horen en staarde naar de bosschage. Hij reikte met een mollig handje. De zon schitterde ineens feller.
Zonlicht en duisternis leken onhoorbaar een gevecht aan te gaan op de grens van de zandweg. Lichtvlekken weken bij het bos uiteen. Schaduwen kropen slinks als adders over het gras naar de pratende vrouwen toe.
Opeens begon de baby hard te huilen. De tranen stroomden over zijn vertrokken gezichtje. Geschrokken tastte de moeder naar het kind op haar rug en richtte dan haar blik op de omgeving. De vrouwen werden zich nu bewust van waar ze zich bevonden en raakten hevig ontsteld.
Haastig liepen ze terug naar de beschutting van de kampong, terwijl de moeder haar krijsende kind sussend wiegde en de andere vrouw geagiteerd opperde de baby een beschermend kruidenbad te geven. Nog even keken ze angstig achterom. De zandweg zag er verlaten uit.
In de tuin bleef het stil.